Olive het rendier weesje

Wil je het verhaal lezen van "Olive" het rendierweesje? Het is geschreven door Michael Christie en door mij in het Nederlands vertaald. Veel (voor)leesplezier!

Hoofdstuk 1  - Wolven

olivebigDe storm op de vlakte joeg om het kleine rendiertje met een neus als een olijf.
"Mama! Pappa!"
Ze was haar vader, moeder, broertjes en zusjes kwijt geraakt.
De nachtelijke wind gierde. De sneeuwvlokken prikten in haar ogen.
"Mama! Pappa! Waar zijn jullie?"
Maar niemand hoorde haar.
En nu, -gevaar- wolven.
Ze kon ze ruiken. Ze waren heel dichtbij. Misschien hebben ze mijn familie te pakken, dacht ze, en willen ze mij nu ook.
Dus rende het kleine rendier zo snel als ze kon. In de zware storm wist ze niet waar ze heen ging. Ze wist alleen dat ze weg moest.
De wolven achtervolgden haar, maar al snel had ze een grote voorsprong. Zelfs toen ze de wolven niet meer kon ruiken bleef ze door rennen.
Tenslotte belande ze op de Noordpool.

Hoofdstuk 2  -  De Kerstman en zijn vrouw


Hijgend stond ze voor het huis van de Kerstman en zijn vrouw. De nacht was rustig hier.
Ze zag ze staan voor hun huis, arm in arm. Ze keken naar de sterren.
De Kerstman lachte toen hij het kleine vermoeide rendiertje zag staan.
"Ho! Ho! Ho! Kijk eens vrouwtje. Een rendier met een neus als een olijf! Goeie hemel! Welkom op de Noordpool, kleintje."
De vrouw van de kerstman glimlachte, " Wat een schatje ben jij, met je groene neusje! We zullen je Olive noemen. Goed, Kerstman?" De Kerstman knikte. "Lust je koekjes Olive?"
"Ik weet het niet mevrouw," zei ze.
"Nou, probeer dan maar eens," zei de vrouw van de kerstman. Ze gaf Olive een koekje. Het is een havermout-rozijnen koekje vers uit de oven."
Olive vond het heerlijk. Terwijl ze aan haar koekje knabbelde, bond de vrouw van de kerstman een blauw lint om haar kop.
Zo Olive! De vrouw van de kerstman gaf haar een dikke knuffel. "Je moest gewoon een beetje opgefleurd worden."
"Ik hoop dat je een tijdje kunt blijven, Olive" zei de Kerstman.
Olive wist dat ze haar familie nooit meer terug zou zien. Ze was een wees. Dus besloot ze dat de Noordpool, haar nieuwe thuis zou zijn.


Hoofdstuk 3  -  Olive's karweitjes


Terwijl de jaren voortgingen en ze groeide, werd Olive een van de beste schaatssters van de reserve rendieren. Ze won altijd als ze een wedstrijd tegen elkaar reden op het zuurstokken meertje.
Olive had ook belangrijke karweitjes te doen in de kersttijd.
Ze keek door de magische telescoop om te zien welke jongens en meisjes lief waren of stout, en ze gaf hun namen door aan "Nummer 1" de hoofdelf.
Ze sleepte dozen met cadeautjes naar de slee van de kerstman die klaarstond op de startplaats.
Ze bezorgde muffins uit de bakkerij van de vrouw van de kerstman, bij het ziekenhuis.
In de speelgoedfabriek haalde ze het kapotte speelgoed tussen alles wat gemaakt werd uit.
Ze hield van haar werk en wilde meer dan alles bij het team van de Kerstman komen.
Zou ze ooit uitgekozen worden, vroeg ze zich af?

Hoofdstuk 4  -  Een dwaze droom

Het was weer Kerstavond. Als altijd hoopt Olive dat ze mee mocht op de Grote Reis. Veel van haar reserve rendier vrienden waren haar voor gegaan. Waarom ik niet? Dacht ze. Maar misschien was het een dwaze droom. Nog deze ochtend had een van de elven geroepen, "Jij daar - nee, niet jij Jingles. Dat andere rendier. Ja, jij, met die groene neus. Help me eens even."
Maar 's avonds toen Olive klaar was met haar werk, begon ze eens ernstig na te denken. Misschien was het helemaal niet zo'n dwaze droom. Wat wist die wijsneuzige elf nou eigenlijk?
Daarom besloot ze om de Kerstman een bezoek te brengen om hem te vragen of ze in zijn team mocht komen.

Hoofdstuk 5  -  Een ontmoeting met de Kerstman

Zoals ze daar stond voor het huis van de Kerstman, was Olive niet erg zeker van zichzelf.
Wie denk je wel dat je bent? Dacht ze.
Maar ze was nu toch al zover, wat had ze te verliezen? Het ergste wat kon gebeuren was dat de Kerstman "nee" zei.
Ze weifelde en klopte toen toch op de deur van de Kerstman.
Ze wachtte. Geen antwoord.
Ze klopte nog eens.
Niemand thuis.
Ze zuchtte. "Ach, nou ja, ik heb het geprobeerd."
Net toen Olive weg wilde gaan, zwaaide de deur open.
"Ho! Ho! Ho! Kijk, kijk, wie hebben we daar!" Zei de Kerstman. Hij had maar een laars aan. "Ik was me net aan het klaarmaken om naar het hoofdkwartier te gaan om te kijken of alles klaar is voor de grote reis. Wat kan ik voor je doen Olive?" "Hallo, Kerstman. Ik wilde u vragen of.. of…"
"Of wat, Olive?"
"Of ik iets voor u kon doen."
De Kerstman dacht na. "Nee, ik kan zo niets bedenken."
"Oh"
"Wat had je in gedachten?"
"Nou, uh, nou…"
Olive wist niet wat ze moest zeggen.
"Asjeblieft, ik heb erge haast," zei de Kerstman. "Nou?"
Als hij hoort wat ik wil zal hij me wel uitlachen, dacht Olive. Dat is nog erger dan "nee" Ze knipperde met haar ogen.
"Ik kan zo niets bedenken voor je," zei de Kerstman.
"Ach, ik wilde het toch even vragen." Zei Olive.
De Kerstman haalde zijn schouders op. "Bedankt voor het vragen hoor, Olive."
"Graag gedaan, Kerstman."
Ze vertrok en de Kerstman krabde zich achter zijn oor.
"Wat een vreemd gesprek" mompelde hij.

Hoofdstuk 6  -  Aftellen

Het was zevenennegentig minuten voor vertrek.
Ik kan de Grote Reis maar beter proberen te vergeten door hard te werken, dacht Olive bij zichzelf.
Misschien moesten er nog muffins naar het ziekenhuis worden gebracht voor de vrouw van de kerstman. Ze ging een kijkje nemen in de bakkerij.
Heerlijke geuren kwamen er uit de bakkerij: chocolade cake, taartjes, boterkoek, broodjes, en allerlei soorten muffins en koekjes.
"Hallo, Olive. Die neus van jou werkt prima," zei de vrouw van de Kerstman. Hier heb je een lekker warm rozijnen koekje.
"Nee dank u, mevrouw," zei Olive. "Ik heb geen honger. Ik kwam alleen even kijken of ik nog wat muffins moest wegbrengen naar het ziekenhuis."
Nee, het spijt me, we hebben vanmiddag alle muffins al weggebracht, toen jij in de speelgoed fabriek was.
"Oh."
De vrouw van de Kerstman keek eens goed naar Olive. "Wat is er aan de hand, Olive? Waarom kijk je zo treurig?"
Olive schuifelde met haar pootjes. "Ach…het is niets. Niets."
De vrouw van de Kerstman deed Olive's blauwe lint goed, het zat scheef.
"Er is iets aan de hand. Toe, vertel het me maar, Olive. Je hoeft bij mij toch niet verlegen te zijn. Wij meisjes nemen het voor elkaar op. Wat is er aan de hand?"
"Er is echt niets hoor, ik kan maar beter naar de speelgoed fabriek gaan om te kijken of ze me nog nodig hebben voor de laatste klusjes." Olive liep weg.
"Jij bent mijn liefste rendier, weet je dat? Ik sta altijd voor je klaar als je me nodig hebt." Riep de vrouw van de kerstman haar nog na.

Hoofdstuk 7  -  Te Laat

Bij de speelgoedfabriek zat Olive's beste vriend, Boomer, een mollige elf, op een kist. Hij smikkelde van een broodje pindakaas.
"Hee, Olive!" Riep Boomer. Hij schreeuwde altijd meer dan dat hij praatte.
"Hallo, Boomer. Hebben ze binnen nog hulp nodig?"
"Nee, nu niet meer. Ze zijn aan het opruimen. We zijn klaar."
"Oh." Hier hadden ze haar ook al niet nodig.
"Wat is er met jou, Olive? Nou? Je kijkt zo somber."
"Ach, ik had zo graag meegegaan op de Grote Reis," zei Olive.
"Hee, kom op! Jouw tijd komt nog wel."
"Nou, daar ben ik niet zo zeker van, Boomer."
"Natuurlijk. Je bent snel. Je wint altijd bij de schaatswedstrijden op het meer. En je bent sterk."
"Ik ben een nul. Na al die jaren noemen ze me nog steeds, dat andere rendier."
"Ach, kom op!" Zo noemt de vrouw van de Kerstman je niet," zei Boomer. "Vertel haar wat je wilt."
"De vrouw van de kerstman, bepaald niet wie er mee mag."
"Nee maar de Kerstman luistert wel naar haar."
"Ik praatte net nog met haar, maar ik kon het haar niet vertellen…van mijn grootste wens. Ik kon het gewoon niet"
"Huh?, Waarom niet?"
"Nou…ik…"
Boomer zwaaide met zijn broodje door de lucht. "Allemachtig. Olive! Je kan niet blijven afwachten tot er wat gebeurt. Maar dat doe je wel."
"Ik weet het wel Boomer." Ze vertelde maar niet dat ze ook bij de Kerstman was geweest want dan zou Boomer helemaal uit zijn vel springen. "Maar ik wil niet opdringerig zijn…"
Boomer barste uit. "Opdringerig? Je kan me soms zo kwaad maken. Weet je dat? Het piepende wiel wordt gesmeerd. De dingen komen je niet aanwaaien. En…
"En wat, Boomer?"
Boomer staarde naar zijn boterham. "De Grote Reis begint al over negenentachtig minuten. Je kunt het nu wel vergeten. Het is te laat."
Olive slikte. Misschien had ik toch wat moeten zeggen tegen de vrouw van de Kerstman, dacht ze. Nu blijf ik weer achter.

Hoofdstuk 8  -  Het ziet er niet goed uit

Intussen waren de Kerstman, Nummer 1 en Chip, het computerwonder nog wat dingen aan het nalopen in het controle centrum.
Ze bestudeerden een kaart aan de wand. Mittens, de rode kater zat op de schouders van de Kerstman. Hij leek ook geïnteresseerd in de kaart.
"Kerstman, het ziet er niet goed uit", zei Chip. "We hebben een record aantal kinderen dit jaar en we hebben gewoon niet genoeg rendier kracht."
De Kerstman grinnikte. "Chip, je piekert teveel. Ik heb een geweldig team, maar we kunnen altijd nog 1 of twee reserve rendieren toevoegen.
De vrouw van de kerstman liep langs. Ze spitste haar oren en luisterde.
"één of twee is niet genoeg, Kerstman, zelfs als we die hadden," zei nummer 1. "Dokter Winters heeft me net gebeld. Er is iets vreemds aan de hand, alle reserve rendieren liggen in het ziekenhuis, ze zijn ziek."
De Kerstman hapte naar adem. "Oh, Jee! Allemaal? Dat is verschrikkelijk!"
"En de slee zit tot de nok toe vol," zei Chip. "Als we er nog meer op hadden geladen zou hij helemaal niet meer van de grond komen. Een heleboel cadeautjes zullen moeten achterblijven." Hij keek op zijn rekenmachientje. "Het ziet er niet goed uit." "Dat kun je wel zeggen, Chip," zei de Kerstman.
Veel plaatsen moeten we overslaan." Chip wees op de kaart. "Hier en hier en hier. En daar."
De Kerstman liet zich in een stoel zakken met zijn hoofd in zijn handen.. Mittens viel bijna van zijn schouders. "Maar we kunnen toch geen enkel kind teleurstellen," de Kerstman kreunde. "Dat kan niet. Jij bent de computer expert, Chip. Bedenk iets. Wat dan ook! We vertrekken over zesenvijftig minuten. Er moet iets zijn wat we kunnen doen."
Chip stak zijn handen in de lucht. "Maar we kunnen niets doen, Kerstman. Dat zijn de feiten."
Nadat ze dat had gehoord, haastte de vrouw van de kerstman zich naar het ziekenhuis.

Hoofdstuk 9  -  Chantage

In de ziekenhuis zaal lagen de reserve rendieren in bed. Met een thermometer in hun mond lagen daar: Speedy, Jingles, Flash, Igloo, Spinner, Rascal, Bingo en Pokey.
Dokter Winter bekeek de thermometers.
"Hmmm," zei hij. "Ik kan niet ontdekken wat er met jullie aan de hand is". Hij keek op zijn horloge. "Het is kerstavond en het is drieënveertig minuten voor vertrek. Wat moet dat nu als de Kerstman jullie nodig heeft?"
"Dat is dan erg jammer," begon Pokey. "We gaan niet terug naar die sombere oude stal."
"Niet tot iemand de stal eens opnieuw verft," zei Flash.
"Hah! Dus dat is het," zei dokter Winters. "Chantage!"
"Dat is een gemene opmerking," zei Bingo. "Maar we gaan niet terug naar die stal!"
"Opstaan, allemaal! Schreeuwde dokter Winters. "Waar is jullie trots? Waar is jullie moed? Waar is jullie trouw? Opstaan, onmiddellijk! Dit is onzin! Nou?"
Maar de rendieren bleven lekker liggen en antwoorden met gesnurk. Zij gingen nergens heen.

Hoofdstuk 10  -  Niet zo'n aardig idee

De vrouw van de Kerstman haastte zich de ziekenzaal in. Ze schrok van wat ze zag.
"Wat is er aan de hand dokter?"
Dokter Winters schudde zijn hoofd. "Ik had nooit gedacht dat ik dit ooit zou zeggen, niet in een miljoen jaar. Maar wat we hier hebben is een stel aanstellers die de hele dag in een lekker warm bed willen liggen slapen. Om kort te gaan, ze staken."
De vrouw van de Kerstman dacht na. "Ik denk dat ik een idee heb. Het is geen aardig idee maar..."
Ze fluisterde in dokter Winters' oor.
De rendieren keken ze steels aan. Wat waren die van plan?
De dokter hield een injectiespuit omhoog en spoot er even mee. De rendieren rilden.
"Dit kan even pijn doen, jongens, maar het is voor jullie eigen bestwil," zei dokter Winters.
De rendieren vlogen hun bed uit.
"Niet bang zijn," zei dokter Winters. "Het is zo gebeurd."
"Ik voel me al veel beter, dokter," zei Jingles.
"I-i-i-ik ook," stotterde Pokey.
"Dag dokter Winters," zei Igloo, terwijl hij naar de deur rende.
"Bel ons niet, wij bellen u," zei de rest terwijl ze achter Igloo aan gingen.
De vrouw van de Kerstman en dokter Winters rolden om van het lachen terwijl de rendieren door de gang stampten.

Hoofdstuk 11  -  Vertrek

Het was nog maar enkele seconden voor vertrek.
Vanaf de startbaan verlichtte rood, goud en groen vuurwerk de Noordpool hemel met prachtige patronen.
Twee elven aan de voorkant van de slee bliezen op hun trompet.
Tah-tah, tah tah-tah, tah tah. Tah-tah.
Boomer strooide tover-twinkels uit een zak over de rendieren. De tover-twinkels gaven ze de kracht om te vliegen.
Chip en nummer 1 stonden fronsend te kijken. Iedereen was zenuwachtig behalve de rendieren.
"Ik ben er klaar voor chef," zei Dasher, terwijl hij met zijn hoef over de grond schraapte.
"Ik ook," zei Dancer en hij rinkelde met zijn bellen.
"Laten we gaan, Kerstman," zei Comet.
Vanuit de voorhoede van het team van de Kerstman kwam een rode gloed en gegiechel.
De rendieren waren gek op kerstavond. De Kerstman kon het niet over zijn hart verkrijgen om ze te vertellen dat dit jaar veel kinderen zouden worden overgeslagen.
Hij slofte zijn slee in. Zelfs zijn baard hing er treurig bij.
Olive keek vanaf een plekje verderop toe.
Hoewel ze liever niet aan de grote reis wilde denken, kwam ze toch kijken naar het spektakel van het vertrek. Vooral het vuurwerk vond ze prachtig.
Ze hoorde de opgewonden stemmen van de rendieren. Oh, ze wenste dat ze 1 van hen was.
Maar zoals altijd bleef ze achter, dacht ze.
Olive draaide zich om. Ze had genoeg gezien. Een traan liep over haar wang.
Plotseling waren er geschrokken kreten. En...
BOEM!

Hoofdstuk 12  -  Wat Boomer deed

De slee was neergestort.
De Kerstman was in een sneeuwhoop terechtgekomen.
De rendieren lagen de spartellen op de startbaan.
Dozen met cadeautjes lagen overal verspreid.
Olive galoppeerde naar de slee die onderstboven lag. Boomer stond er vlak bij.
"O, nee! Dit is verschrikkelijk riep Olive. Boomer, wat is er gebeurd!"
Boomer grinnikte, "Ik heb de slee te vol geladen toen niemand keek. Ik heb een stel vaten op de achterkant van de slee gezet."
"Wat? Maar waarom?"
"Jij wilde toch mee, is het niet?"
"Ja, natuurlijk wilde ik dat, maar..."
"Nou, als het rendier team de slee alleen niet de lucht in krijgt mag jij ook mee. Je mag mee!"
"Maar, maar..."
"Oh-oh!" Boomer deed snel zijn mond dicht. "Kijk eens wie daar aankomt."

Hoofdstuk 13  -  Geen tijd te verliezen

"Nummer 1" marcheerde naar ze toe. Zijn gezicht was rood van kwaadheid.
"Ik heb alles gehoord, Boomer. Oh, Kerstman!, Kerstman!" riep hij. "Ik denk dat er iets is dat u moet weten." De Kerstman klom overeind en veegde de sneeuw van zijn pak.
"Wat is hier aan de hand?" vroeg de Kerstman.
"Vertel de Kerstman eens wat jij voor lelijks hebt gedaan, Boomer," beval "nummer 1". "Vooruit."
Boomer staarde naar de grond. "Ik heb de slee te vol geladen met een paar vaten. Het spijt me, Kerstman, het spijt me echt! Maar vergeef alstublieft wat ik gedaan heb en geef Olive een kans om mee te gaan. Daarom deed ik het. Olive is zo snel als de gesmeerde bliksem."
De kerstman schudde zijn hoofd. Het ongeluk had hem in de war gebracht.
"Olive?" zei hij. "Olive?" Toen begon het hem te dagen. "Ja, Olive! Ik heb pas nog met je gepraat. Dus jij wilt helpen met cadeautjes bezorgen, Olive?"
"O, ja, Kerstman. Daarvoor kwam ik eigenlijk bij u."
Boomer keek Olive verbaasd aan. "Huh? Deed je dat?"
De Kerstman wreef over zijn baard. "Dus dat was het! Maar waarom zei je dat niet? Oh, laat ook maar zitten. We hebben geen tijd te verliezen. Kom op Olive."
Maar Olive verroerde zich niet. "Ik zou graag meekomen, Kerstman, maar ik denk dat het niet eerlijk is om nu mee te gaan. Als Boomer dit niet gedaan had, had u nu allang in de lucht gezeten.
Boomer siste tussen zijn tanden. "Olive, verpruts het nu niet!"
"Hmm, ik begrijp het," zei de Kerstman. "Ik begrijp het."
Even wist niemand wat hij zeggen moest.
Tenslotte nam "nummer 1" het woord. Hij was nu wat afgekoeld.
"Kerstman, mag ik wat zeggen?" zei hij. "Hoewel ik zijn daad niet goedkeur, denk ik dat Boomer en goede vent is. Hij heeft ons jaren trouw gediend. Misschien kunnen we vergeten wat hij gedaan heeft."
De Kerstman knikte. "Daar ben ik het mee eens, "nummer 1". We geven Boomer nog een kans. Dus Olive? Wil je nog mee? Ja of nee?"
Olive kon het haast niet geloven. Kwam haar droom dan toch uit?
"Joepie!" schreeuwde ze. "U zult zien dat ik sterk en snel ben, Kerstman."
De ogen van de Kerstman twinkelden. Hij klopte Olive op haar kop.
"Maak je geen zorgen, Olive." Zei de Kerstman. "Ik heb al eens op je gelet en ik weet hoe snel en sterk je bent. Je zou toch binnenkort bij het team gekomen zijn. Dus vanaf nu hoor je er officieel bij."
Chip kwam bij ze staan. Hij bestudeerde zijn rekenmachine en keek niet blij.
"Ik wil de pret niet bederven, Kerstman, maar het veranderd niet veel," zei hij. "met de hulp van Olive halen we net Amsterdam vóór zonsopkomst. Maar een hoop andere plaatsen moeten we overslaan."
De Kerstman zuchtte. "Ik weet het, ik weet het, ik was het niet vergeten, Chip. Hoe kon ik dat ook? Al die kinderen zullen vreselijk teleurgesteld zijn. Ze zullen het me nooit vergeven. Maar... we kunnen er niets aan veranderen."

Hoofdstuk 14  -  De verrassing van de vrouw van de Kerstman

Op dat moment hoorden ze fluiten in de verte. Het was de vrouw van de Kerstman. Ze droeg een rood, wit kerstmannenpak. En ze reed in een slee met het reserve team rendieren.
Hee, ho! Vooruit mijn lieverds! Moedigde ze ze aan.
De reserve rendieren zagen er fitter uit dan ooit. Ze trokken de slee op volle kracht. Sneeuw stoof op rond hun trappelende hoeven.
De "Kerstman" keek met open mond toe hoe ze naast hem parkeerden.
"Vrouwtje toch, goeie genade! Wat een verrassing!" zei de Kerstman. "Wat doe jij hier?"
"Nou, ik hoorde dat je in de problemen zat," zei zijn vrouw.
"Ja, dat zitten we zeker, grote problemen. Maar ik dacht dat alle reserve rendieren in het ziekhuis lagen."
De vrouw van de kerstman glimlachte. "Dat lagen ze ook. Plat op bed totdat dokter Winters een geneesmiddel bedacht, om zo maar te zeggen. Toen heb ik met ze onderhandeld over een nieuw verfje voor hun stal. Je zou het eens moeten zien, Kerstman."
Daar praten we later nog over verder, liefje. Maar nu wil ik wel eens weten warvoor je hier bent."
"Nou, ik had zo gedacht dat ik mijn slee kan volladen en met je meegaan, als je het goed vind."
De kerstman klapte in zijn handen. "Goed vind? Waarom zou ik het niét goed vinden? Het is een geweldig idee! Je wilt echt meegaan hè?"
"Het zou echt een reuze grap zijn. Een reuze grap!"
"Al die jaren heb je nooit gezegd dat je meewilde."
"Ach, een extra passagier zou de slee toch te zwaar hebben gemaakt? Zei de vrouw van de kerstman. "Dus, liefje? Wat zeg je ervan?"

Hoofdstuk 15  -  De grote reis

De Kerstman draaide zich naar Boomer. "Snel, Boomer! Span Olive in bij het team van mijn vrouw. Dat geeft ons allebei negen rendieren."
Boomer salueerde. "Komt voor elkaar, Kerstman!"
Boomer spande Olive vooraan in.
Een dozijn Elven verzamelden het verspreid liggende speelgoed. Een ander dozijn bracht het speelgoed dat over was naar de fabriek. De sleden werden snel opgeladen.
Boomer strooide Tover-Twinkels over de rendieren van de vrouw van de kerstman.
De rendieren zweefden zachtjes omhoog Het team was nu klaar om te vliegen.
"Vooruit dan maar, Olive!" Juichte de vrouw van de kerstman. "Ho-ho! Ho-ho!"
De Kerstman knipoogde. "De woorden zijn goed, maar de uitspraak moet je nog wat oefenen, liefste." En toen met een vrolijk "ho! Ho! Ho! En een Ho-ho! Ho-ho! Gingen de Kerstman en zijn vrouw er vandoor langs de flonkerende sterren en voorbij de maan.
De Elven sprongen op en neer en juichten naar de twee sleden in de lucht. "Yippee! Yippee!"
Een paar proosten met elkaar met een kop hete chocolademelk.
Terwijl ze de slee leidde, hield Olive haar kop trots omhoog. Alle jongens en meisjes kregen hun cadeautjes op tijd en waren erg blij.
En dat was Olive ook. Ze deed het zelfs zo goed dat ze van toen af aan elk jaar mee mocht op de grote reis op kerstavond.

EINDE

Door: Michael Christie
E-mail:

Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

Vertaling: Ineke van Galen 1999